Interview Martine van Os over We zijn er Bijna! 2019

In onze agenda’s staat maandag 22 juli rood omcirkeld. Op die dag begint het nieuwe seizoen van een van onze favoriete programma’s: We zijn er Bijna!. Dit keer gaat de reis naar de Balkan. Net als vorige jaren belden we met presentatrice Martine van Os, om haar álles te vragen over deze reis.

Voordat Martine aan het woord komt, blikken we eerst even kort vooruit op dit negende seizoen van We zijn er Bijna!. Zoals gezegd, gaat de georganiseerde groepsreis dit jaar naar de Balkan. Vijf weken lang trekken de 35 deelnemers door Kroatië, Servië, Bosnië en Herzegovina, Montenegro en Albanië. Hun tocht begint op een stadscamping in de Kroatische hoofdstad Zagreb, waar de kampeerders elkaar voor het eerst ontmoeten. Van daar uit trekken ze door al die landen om uiteindelijk weer in Kroatië te eindigen. En dan nu Martine van Os.

Vorig jaar vroegen wij naar je verlanglijstje van We zijn er Bijna!-bestemmingen. “Kroatië en de rest van voormalig Joegoslavië lijkt mij ook een mooie bestemming”, antwoordde je. Wist je toen al dat jullie naar de Balkan zouden gaan?
“Nee, dat wist ik toen nog niet. Maar de reis is een mooie aanvulling op wat we de afgelopen acht jaar hebben gedaan. Het is een pittig reisje geweest. Behoorlijk divers en écht anders dan andere bestemmingen. We hebben kou en extreme warmte gehad. Van sneeuw tot 37 graden. Verder was het een behoorlijk actieve reis. Ik heb veel bewondering voor deelnemers die gingen klimmen en raften. En ik was weer stomverbaasd over wat mensen allemaal aan kunnen.”

Omschrijf de Balkan eens?
“Ik was vooral verrast door Montenegro en Albanië. Het is er nog heel betaalbaar, op veel plaatsen adembenemend mooi en ik vond de mensen heel vriendelijk. Hoewel er in al die landen ook nog wel veel rommel is en de huizenbouw is over het algemeen ook niet heel mooi. Daarnaast zie je sporen van de oorlog. Dat is soms een beetje naar. Tegelijkertijd vond ik het opvallend dat er nog zo veel ongerepte natuur is. Door alle berichten over ontbossing denk je dat er geen plekken meer zijn waar het stil en natuurlijk is, maar daar heb je die wel. Er zijn zo veel prachtige gebieden waar geen kip is. Ik durf het bijna niet te zeggen, maar je moet er snel heen. En dan moet je wel opschieten, want Rusland en China hebben Montenegro en Albanië ook ontdekt. De Russische hotels schieten als paddenstoelen uit de grond.”

Vorig jaar gingen jullie naar het Italiaanse Puglia en het jaar daarvoor naar Ierland. Hoe vond je het om dit keer meerdere landen aan te doen in één reis?
“Het was heel fascinerend omdat de meeste van die landen niet in de EU zitten. Je gaat bijvoorbeeld allerlei grenzen over. We zijn niet meer gewend om een uur voor de grens in de rij te staan en een stempel in je paspoort te krijgen. Je merkt het verschil wel. En dan al die wisselende valuta, dat was een heel gereken. Zelfs Kroatië, hoewel die wel in de EU zitten, hebben een andere munteenheid.”

Balkan

Wat vond je het meest verrassend aan deze reis?
“Dat het er zo mooi was. Je bent een beetje geneigd om een sombere gedachte bij de Balkan te hebben, maar dat is helemaal niet terecht. De mensen zijn er ook heel aardig en open. De oorlog is nog wel vers, er wordt veel over gesproken. Ook door jonge mensen. Daar staan we in het programma ook bij stil. In Sarajevo zijn we in het tunnelmuseum geweest (een museum over de belegering van Sarajevo. Hier lees je er meer over, red.) Daarnaast zie je nog veel kogelgaten en schade aan huizen. Ook zijn er verlaten woningen van mensen die tijdens de oorlog zijn gevlucht. Daar mogen ze niets mee doen, omdat de bewoners nog terug kunnen komen.”

Jullie hebben veel kilometers afgelegd. Hoe waren de wegen?
“Die zijn veel minder geplaveid dan bij ons. We hebben onderweg vaak tegen elkaar gezegd: deze serie kan concurreren met De gevaarlijkste wegen van de wereld. Op excursie reden we meestal niet met eigen auto’s, maar met jeeps en busjes. Over hobbelige steenweggetjes – uitgehouwen in de bergen – gingen we behoorlijk de hoogte in. Een van die excursies duurde twee dagen en ging naar het plaatsje Theth, in de bergen van Albanië. Dat is zo’n onherbergzaam gebied dat het er in de winter is uitgestorven. Het was adembenemend mooi, maar ik ben ook adembenemend bang geweest. Op sommige stukken heb ik maar even de andere kant op gekeken.”

En dan een voor ons belangrijke vraag: hoe zijn de campings in de Balkan?
“Dat wisselt. Op sommige plekken is het sanitair heel goed en op sommige plekken… Nou ja, laten we het ‘nostalgisch’ noemen.”

Jullie hebben al veel landen aangedaan met We zijn er Bijna!. Zorgt dat voor een toename van het toerisme op die bestemmingen?
“Ik heb wel gehoord dat er campings zijn die beduidend meer gasten hebben nadat ze in het programma zijn geweest. Ik neem aan dat dit bij de landen ook zo is. Bij Omroep MAX krijgen we ook veel vragen over de route die wij hebben gereden. Mensen krijgen dan altijd een persoonlijk berichtje terug.”

We zijn er bijna Balkan

We zijn er Bijna! gaat mee met een georganiseerde kampeerreis. Vinden de deelnemers dat altijd goed?
“We hebben er nog nooit problemen mee gehad. De mensen krijgen bij hun inschrijving te horen dat wij meegaan. Dan kunnen ze kiezen of ze daar bij willen zijn of dat ze voor een andere reis kiezen. Maar dat gebeurt eigenlijk nooit. Wel is het in het begin altijd even aftasten hoe de mensen het vinden dat wij er bij zijn. Maar na verloop van tijd gaat dit altijd goed.”

Zaten er nog bekenden tussen de kampeerders?
“Ja, Paul. Vorig jaar ging hij mee naar Puglia. Dit keer had hij zijn broer Kees meegenomen, een ongelooflijk vrolijke man. En Piet en Marina kennen we ook van een vorig seizoen. Dit is alweer het negende seizoen van We zijn er Bijna!, dus dat krijg je steeds meer. Maar het leeuwendeel van de mensen is natuurlijk onbekend. Die moet ik leren kennen. Namen onthouden en weten wie in welke caravan zit.”

Waarom vind je het zo fijn om We zijn er Bijna! te presenteren?
“Ik hou heel erg van mensen en vind het ontzettend leuk om mensen te leren kennen. En daar krijg je nu zo veel meer de tijd voor dan in de meeste programma’s. Nu heb ik vijf weken de tijd om ze te leren kennen. Dat betekent dat ik de volgende dag nog eens ergens op terug kan komen. Verder is het zo’n divers gezelschap: van leerkracht tot melkboer tot wiskundige. Maar op de camping vallen alle verschillen weg.”

Vorige jaren kwam je gezin nog even langs. Zijn ze je dit jaar ook achterna gereisd?
“Mijn zoon is naar Dubrovnik gekomen. Hij is een enorme Game of Thrones-fan en kon nu al die plekken zien. En hij heeft nog dienstgedaan als koerier door filmmateriaal mee terug naar Nederland te nemen. Mijn man heeft de laatste week meegereisd. Dat vond ik leuk, maar ook wel lastig. Ik ben namelijk gewoon aan het werk en dat voelt niet echt als vakantie. Maar als mijn man erbij is, dan gaat dat door elkaar lopen. Dat is soms een beetje schipperen. Maar het is vooral heel leuk om hem te laten zien hoe het er daar aan toe gaat.”

Welke bestemming zou je met We zijn er Bijna! nog graag willen aandoen?
“Ik heb niet echt een wensenlijstje, maar zou graag de ‘ver weg’-reizen willen doen. Alleen zijn die heel lang en niet makkelijk te combineren. Scandinavië zou ook kunnen. Daar zijn we nog niet geweest, maar dat is een beetje tricky met het weer. Het grote nadeel daarvan is dat de kampeerders dan allemaal binnen zitten en dat er weinig interactie is. De kleine staatjes zou ik wel heel leuk vinden: Andorra, Monaco, Liechtenstein etc.”

Het nieuwe seizoen van We zijn er Bijna! start op maandag 22 juli 2019 om 21.05 uur op NPO 1.

Lees meer over We zijn er Bijna!

Camping Monplaisir
Camping Porto Sole Vrsar
Adria camper
Californie Plage
Campooz caravanluifel
Camping de Sologne
Obelink Pop up binnentent
KCJ 2019
0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *